VPKB Kapel De Olijftak, Brasschaat
 
 
Het dieet van de Israëlieten Het dieet van de Israëlieten

Ik ben er haast zeker van dat wat mij zo nu en dan, of zelfs vrij regelmatig overkomt, ook bij de goede lezer geen onbekend verschijnsel is. Het kan gebeuren dat mijn gedachten ineens afdwalen of een sprong maken bij een woord van Jan van den Berg tijdens één van zijn preken of theologische lessen. Voorwaar geen onbekend fenomeen, maar het kan ook zijn dat Probus er meer last van heeft dan anderen. Ik kom dan wel weer bij de les, maar intussen heeft dat bewuste woord of die gedachte al wortel geschoten en neem ik me voor een beetje research te plegen.

Dat gebeurde me onlangs toen Jan het had over het manna dat de Israëlieten in de woestijn ontvingen. Dat was niet zomaar, want de tocht door de Schelfzee was alweer ongeveer 45 dagen achter hen. En wat krijg je dan: eerst gemor omdat er geen water was (een houten stok deed bitter water omslaan in zoet water, dus dat was opgelost) en dan weer gemor omdat er niet voldoende voedsel was. Ze dachten met heimwee terug aan de vleespotten van Egypte en de overvloed aan brood, aan komkommers, watermeloenen, prei, uien en knoflook. Eigenlijk hadden ze een voorbeeld moeten nemen aan hongerstakers, die weken lang niets eten of drinken. Maar ja, dat was na hun tijd! Toen waren de dagelijkse behoeften van levensbelang en niets kon dat compenseren.

Het was het woord “manna” dat mijn gedachten deed afdwalen. Wat was dat eigenlijk en wat zou de samenstelling ervan wel geweest zijn? Uiteindelijk aten de Israëlieten dat 40 jaar lang, zolang ze in de woestijn ronddoolden. Maar eerst (en dat was op de avond ervoor), streek er een regen van kwartels, weliswaar niet gebraden, neer op het kamp. Dat deed het heimwee naar Egypte verstommen, maar het was wel de enige keer dat zoiets gebeurde! Nooit meer wordt vermeld dat de kwartels waren teruggekeerd! Dat was de straf voor het terugkijken naar de vleespotten: de kwartels waren de laatste herinneringen daaraan en ze kwamen nooit meer terug. Althans volgens Exodus.

De volgende ochtend was de woestijn bedekt met dauw en toen die opgetrokken was bleef er een fijn schilferachtig laagje achter, net of er rijp op de aarde lag. Dat was het manna.

Ja, wat is manna eigenlijk? De Israëlieten hadden het ook nooit eerder gezien en stelden dan ook dezelfde vraag. Het antwoord is simpel: ”man” is het vragend voornaamwoord “wat” en manna of mana zou terug gaan naar het Hebreeuwse “man hu”, wat niet anders is als ”wat is het”. Veertig jaar lang hebben de Israëlieten zich afgevraagd wat dat manna nu eigenlijk is. Jammer dat ze in die tijd geen massaspectroscopen en gaschromatografen hadden, anders hadden zij een gedetailleerd antwoord gekregen op hun vraag en hadden wij het ons ook niet meer hoeven af te vragen. Nu weten wij alleen dat het leek op koriander en smaakte als honingkoek. En dat is niet veel.

Hoe het ook zij, de regels waren heel streng: elke dag mochten de Israëlieten maximaal een omer of homer per persoon verzamelen; als je meer nam zat het de volgende morgen vol maden. Maar als het Sabbath was, mocht je de dag ervoor twee omer verzamelen. Omdat Exodus spreekt van wormen en maden, moeten we wel aannemen dat het hier gaat om een koolhydraat, waaruit je dus brood kunt bakken. Water hadden ze intussen wel en dus was brood bakken geen punt meer. (ze hadden wel heel primitieve ovens, maar ze gebruikten vooral zonne-energie). Ze konden het ook eenvoudig als een soort Brinta elke morgen bij het ontbijt naar binnen werken.

Maar wat is nu een omer? Wel, omdat men in de oudheid niet zoveel gewichten kende, werd veel uitgedrukt in inhoudsmaten. Bij een omer is dat ook zo: het is een grote emmer met een inhoud van 4,5 liter. Dat is wel veel, zou je zo zeggen, om elke dag te verorberen. En dat is het ook. Je moet er niet aan denken om daar 40 jaar lang elke dag je maag mee te moeten vullen. Ik kan me dan ook best voorstellen dat er in de loop van die 40 jaar best wel eens een opstandje uitbrak over het monotone dieet! Dat lezen we niet meer in Exodus, maar in Numeri vinden we een meer gedetailleerde omschrijving: Het manna leek op korianderzaad, maar had de kleur van balsemhars.

Ze verzamelden het, maalden het met een handmolen of stampten het fijn in een vijzel, kookten het in een pot en maakten er koeken van. Die smaakten naar een soort oliebollen. Verrukkelijk waren die, maar als je elke dag hetzelfde dieet krijgt gaat het vervelen. Dat gebeurde ook na een poosje en het gemurmureer begon weer tot grote ergernis van Mozes. Ze begonnen weer terug te verlangen naar de vleespotten van Egypte. En de straf in Numeri bestond er uit dat de Israëlieten 30 dagen lang kwartels te eten kregen, elke dag maar weer, tot dat het hun neus uitkwam en ze er misselijk van werden! Daarna weer terug naar het manna dat ze de rest van de 40 jaar hebben moeten eten.

Natuurlijk heeft de hedendaagse wetenschap zich ook bezig gehouden met manna. Er zijn artikelen die beschrijven dat het volk Israëls een niet uitgebalanceerd dieet volgden, dat er een duidelijk gebrek was aan vitaminen en zeldzame metalen, die oh zo goed zijn voor de mens. Maar er wordt nergens vermeld dat mensen van manna ziek geworden zijn! Wel dat men niet naar de WC behoefde te gaan, wat aanleiding tot buikklachten gegeven zou hebben. Volgens andere onderzoekers zou manna een hars zijn van de tamarisk struik die toen heel veel voorkwam in de Sinaï en die op was lijkt. Het smelt in de zon, is zoet en aromatisch, zoals honing en had een geelachtige kleur. Daar kan je echter geen brood van bakken. Nee, dan is de beschrijving uit het Arabisch veel aannemelijker: “man hu” is een plantenluis, de gekristalliseerde honigdauw van bepaalde insecten, die in de hete woestijn snel uitdroogt en een kleverige substantie vormt, die eerst geel en later wit werd. En dat bestaat nog steeds in het Midden Oosten. Het is een uitstekende bron van koolhydraten, dus veel aannemelijker dan de hars van de tamarisk. Ook wordt gesuggereerd dat manna een koshere sprinkhaan was en die wordt ook nog steeds gegeten! Zo blijken er toch wel meerdere verklaringen te zijn gevonden voor de samenstelling van manna en is er misschien weer een mythe doorgeprikt. Geeft niet, want wie gelooft dat manna uit de hemel kwam is in goed gezelschap!

Probus

17 april 2009
 

terug
 
 
 
 
Adresgegevens
Leopoldslei 35
2930 Brasschaat
België

Tel: +32 (0)3.653.0158

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.