VPKB Kapel De Olijftak, Brasschaat
 
 
Die vrouwen toch! Die vrouwen toch!

Aan het begin van elke vakantiereis stop ik ongelezen tijdschriften en artikelen in een doos. Je kunt immers al dat leesvoer niet zo maar naar de recyclage sturen? Die doos krijgt dan een prominente plaats in de auto en tijdens de vakantie wordt die dan langzaam “leeggegeten”. (Herkent de lezer van de Kapelbode dit, of zit uw Probus een beetje anders in elkaar?). De bedoeling is natuurlijk om na de vakantie weer met iedereen over alles te kunnen meepraten. En om bij te blijven op kerkelijk gebied en Rome op de voet te kunnen volgen, koop ik dan plaatselijk de Ossovatore Romana.

Zo gebeurde ook begin september en in Italië, heerlijk in de zon gezeten deed ik me tegoed aan al dat voer en mijn kennis nam met de dag toe. Tot ik na een week een brief onder ogen kreeg van het Vaticaan aan de bisschoppen. Ik kon mijn ogen bijna niet geloven: dit was nu de derde keer dat Rome probeerde mijn vakantie te bederven. De eerste keer was in 1999, toen we op Sardinië het “Enchiridion Indulgentiarum”onder ogen kregen, het handboek over aflaat. (zie KB nov.1999. De tweede keer was op Kreta, toen het “Liturgiam Authenticam” uitkwam, het geschrift waarin de bisschoppen bevolen werd voortaan in de enige echte kerktaal, het Latijn, te lezen en te preken (zie KB sept.2001). Ik ben daarna wel verschillende keren in een RK kerk geweest, maar heb moeten constateren dat de Belgische bisschoppen òf ongehoorzaam zijn aan Rome of vergeten zijn dit door te geven aan hun priesters.

Drie keer is scheepsrecht, zal Rome gedacht hebben, en dus uitgerekend tijdens onze vakantie in Italië weer een herderlijk schrijven aan de bisschoppen dat niet aan mijn aandacht kon ontsnappen. Het gaat in deze brief om Rome’s scherpe aanval op het moderne feminisme. Niet dat dat nieuw is, welnee. In 1994 citeerde de paus een encycliek uit 1988 over de waardigheid en de roeping van de vrouw:”het moederschap en de maagdelijkheid”. Dat er nu weer over geschreven moest worden is eigenlijk vreemd en vooral omdat Rome er 5 jaar overgedaan heeft hiermee voor de dag te komen. Dus weg met de verdere emancipatie van de vrouw en een “terug in je hok”.

“Hoe is het mogelijk”, zo dacht ik, en “hoe ver staat Rome van de thans levende mens en hoe wereldvreemd gedraagt men zich daar!”. Omdat Johanna en ik toch in Italië waren, besloot ik de straat op te gaan en vrouwen te interviewen om te horen hoe zij daar nu over denken. Johanna probeerde mij te overtuigen dit niet te doen, het was immers onze vakantie, maar haar argumenten waren niet sterk genoeg mij van mijn missie te weerhouden. Dus toog ik op pad. Ik heb talloze vrouwen ontmoet en gesproken, van jong tot oud, veel indrukken opgedaan, maar het zou te ver voeren elk interview weer te geven. Ik beperk mij dus tot de meest representatieve.

Een oud vrouwtje, van zo’n jaar of 70, keek verbaasd op toen ik het onderwerp opbracht. Ze zei: “ik geloof helemaal niet dat wij als vrouwen niet meetellen: ik kuis al jaren de kerk, doe dat op mijn knieën, ik verzorg de bloemen en de kaarsen en breng wel eens de groeten over van de priester aan de zieken. Die arme man heeft het zo druk dat hij daar geen tijd voor heeft”. Vol bewondering bleef ik haar aankijken en vroeg toen of ze er niet aan dacht eens met pensioen te gaan. “Welnee”, zei ze, “ik blijf dit doen tot ik dood ga; de Paus gaat toch ook gewoon door?”.

“Wat een devotie”, dacht ik, toen ik een vrouw van middelbare leeftijd aansprak. Die bekeek me eens goed, dacht een ogenblik goed na en zei toen met een blik van onbegrip:
“U moet weten dat de kerk al jaren bestaat en niet van haar geloof zal vallen. Daar tegen ingaan heeft geen enkele zin. Maar belangrijker is dat men in Rome best weet wat men doet. Zo is het al eeuwen en ik als vouw heb het volste vertrouwen in de uitspraken van de paus en zijn kardinalen, want zij hebben de tijd overal goed over te kunnen nadenken en dat heb ik niet, want ik heb het te druk met mijn kleinkinderen. Wat zij doen is welgedaan en bovendien komt het toch allemaal van boven, nietwaar?”. Ik kon daar weinig tegen inbrengen, want waarom zou ik als man deze vrouw op haar rechten willen wijzen? Vechten tegen de bierkaai!

De volgende vrouw was een jaar of 35, een echte Latijnse, een vrouw van de wereld, mooi, met opgestoken haar dat een niet geheel natuurlijke bronzen gloed had. Haar antwoord was goed overdacht, alsof ze al jaren met dit probleem worstelde. “Ja”, zei ze, “ik ben lid van de postmoderne feministische beweging in Italië (hoe had ik dat getroffen!) en ijver al jaren voor de plaats in de kerk die ons toekomt. Wij vrouwen kunnen het evangelie veel beter brengen dan die ongetrouwde mannen, wij begrijpen van het leven zo veel meer en het ergert me dat dat stelletje oude mannen (ze zei fossielen, maar dat mocht ik van Johanna niet schrijven) in Rome gewoon doorgaat alsof de wereld niet veranderd is”. “Maar ik geef niet op, hoor”, voegde ze er strijdlustig aan toe.
“Ik geloof best dat u daarin zult slagen, al kan het nog wel een poosje duren”zei ik, en voegde er aan toe: ”Maar hoe zouden de vrouwen dat in de toekomst dan willen doen? Ongehuwd blijven, zoals alle priesters, bisschoppen, enz?”
Ze keek me minachtend aan en zei: “Natuurlijk niet, wij zijn geen nonnen, wij praten vanuit de ervaring van het volle leven en dat moet zo blijven”. Ik wenste haar veel geluk en vertelde haar dat de vrouwen in België haar geestelijk ondersteunden. Dat dacht ik tenminste.

Toen kwam ik een jonge vrouw tegen van een jaar of 25. Die bleek zich niet druk te maken over wat Rome nu weer eens had geschreven. Ze zei: “Ziet u, ik kom van Rome en u moet toch het gezegde kennen, dat hoe dichter bij Rome, hoe slechter katholiek”. Ze keek me guitig aan, maar voegde er ernstig aan toe: “Natuurlijk doet het me wat dat de vrouw weggestopt wordt, maar dat is niet nieuw. Al eeuwen heeft Rome vrouwen weggefrommeld of doodgezwegen, kijk maar eens naar Maria Magdalena. Ik hoop dat de nieuwe paus een echte nieuwlichter wordt, maar ik heb er niet veel vertrouwen in”. Ik suggereerde haar dat ze toch maar door moest gaan met hopen en gaf haar geen antwoord toen ze me vroeg waarom ik toch zo begaan was met het lot van de vrouw.

Ik mocht de goede lezer van de kapelbode deze interviews natuurlijk niet onthouden, vandaar! Toch heb ik me tenslotte afgevraagd hoe het nu eigenlijk bij ons in de Olijftak gesteld is. “Goed natuurlijk”, zo hoor ik iedereen uitroepen. Maar wat moet ik dan denken van een uitspraak die ik vorige week zondag optekende: “Dat de drie vrouwen die uit de kerkenraad zijn gestapt, vervangen zijn door drie mannen, doet me heel goed: er straalt immers zo veel meer gezag van die mannen in strakke pakken!”.

Die arme vrouwen toch, zo winnen ze het nooit!

Probus

18 oktober 2004

terug
 
 
 
 
Adresgegevens
Leopoldslei 35
2930 Brasschaat
België

Tel: +32 (0)3.653.0158

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.