VPKB Kapel De Olijftak, Brasschaat
 
 
De hemelse dreven De hemelse dreven

Het was een van die mooie ochtenden in de late herfst. Het was nog vroeg en het zonlicht scheerde door de ijle mistbanken, waardoor het landschap een onwerkelijk aanzien kreeg: de zonnestralen speelden met goud en zilver. En ik liep te wandelen met onze hond, een kleintje; we liepen door de velden en bossen en kwamen geen mens tegen. Ergens klom ik over een hek, maar de hond kroop er gewoon onderdoor. Ik voelde mij als door vleugelen gedragen en baande mij lichtvoetig een weg door het bos. Mijn hond hield mijn tempo bij en als ik naar haar keek, dan was aan haar staartje te zien dat ze ook in haar nopjes was. Het was prachtig en geen geluid drong hier door van de bewoonde wereld. Zelfs de vogeltjes hielden hun adem in, zo mooi was het! Het zachte kabbelen van een beekje was het enige geluid dat de stilte een onaards karakter gaf.

“Zou het in de hemel of in het hiernamaals ook zo mooi zijn?”, zo vroeg ik me af “Waar en hoe moet je je dat dan voorstellen? Waarom kijken wij altijd naar boven als we het over de hemel hebben? Komt dat wellicht doordat we maar één woord, hemel, hebben voor het hiernamaals en het uitspansel? De Duitsers kijken ook altijd naar boven, want die hebben ook alleen maar het woord “Himmel”. De Engelsen heb ik nooit zo met vervoering naar boven zien kijken, want de sky is nu eenmaal iets anders dan “heaven”. En de Fransen dwepen ook niet zo erg met het firmament (le ciel) als ze het hiernamaals bedoelen.

“Heeft dat ene woord voor hemel ons dan misschien op het verkeerde been gezet en is die hemel helemaal niet “daarboven”? Niemand heeft die daar immers ooit gevonden en je zou toch wel mogen verwachten dat astronauten daar misschien toch wel een glimpje van hadden opgevangen? Niemand gelooft toch dat we naar Mars of de melkweg moeten gaan om die hemel, en zo ook God, te vinden? Zou die hemel dan gewoon niet hier zijn, maar dan zo dat wij die niet opmerken met onze beperkte gave om te zien? Een hemel op aarde dan? Ik keek nog eens om me heen en kon me haast niet voorstellen dat de hemel mooier kon zijn dan wat ik hier op de velden en in de bossen zag. Ja, misschien toch een hemel op aarde, onzichtbaar voor de levende mens, net zoals God onzichtbaar is, maar omnipotent en dus vlakbij. Met zo nu en dan een sluier die even een beetje wordt opgelicht?”.

Mijmerend liepen mijn hond en ik verder, tot we bij een terp aankwamen. Zo steil was die dat ik er niet op kon klimmen, maar ik kon er wel omheenlopen. En zo stond ik plotseling oog in oog met een begraafplaats in het bos en toen ik goed keek naar de grafstenen, zag ik dat hier de paters van Scheut begraven lagen. Alle oude grafstenen waren identiek en waren gemaakt van grove natuursteen: ze hadden de vorm van een kruis, waarin de naam van de pater gegrift was. Na 1980 veranderde het kruis, het werd eenvoudiger van vorm, maar gemaakt van een betere kwaliteit natuursteen; uiteraard om de eeuwigheid te trotseren.

De nevel was bijna opgetrokken en de eerste zonnestralen beschenen het veld van simpele graven. Die stonden allemaal in rijen, met een pad er tussen: zestien rijen grafstenen, als soldaten in het gelid. Je liep zo van “tot 1980”naar de oudste graven, en daarna van 1980 naar 2003. Het kerkhof was vol en de terp kan niet uitgebreid worden, maar ja, de levende paters hebben ongetwijfeld alle tijd om eens goed over een uitbreiding na te denken.

Uit de jaartallen op de stenen kon je wel opmaken dat het met de paters niet anders gesteld was als met gewone mensen: zij die geboren waren aan het einde van de 20ste eeuw, werden niet zo oud als de paters die onlangs stierven. De grafsteen van de oprichter in 1862 van de Congregatie van paters van Scheut, vader Theophile Verbist, kon ik niet vinden. Ik vroeg me af, wat pater Alfons Cruyen, de eerste pater die hier in 1956, op 79 jarige leeftijd werd begraven, zoal had gedaan. En wat Casimir Klinckaert en Edmont d’Haese bezield heeft om in de zending te gaan? Zij en alle anderen hebben de kerk gediend met hun opdracht het evangelie te verkondigen. Maar hebben ze dat allemaal uit roeping gedaan? Moesten velen niet de eer van de familie ophouden omdat ze de oudste waren, of gingen er ook wel omdat ze diep in hun hart een beetje avonturier waren? Of was het echt “roeping”? Het zal wel een beetje van alles geweest zijn. Feit is dat ze hun leven hebben gewijd aan zending en natuurlijk ook mensen op andere gebied geholpen hebben.

De zon was nu echt doorgebroken en het kerkhof baadde in een zee van licht. Nog één keer keek ik om en kon niets anders doen dan salueren voor zoveel levenslange opoffering. Ook mijn hond, haast bewust van het plechtige van het moment, stond een paar tellen doodstil. Toen gingen we terug, naar een wereld vol lawaai.

Probus,

18 januari 2004
 

terug
 
 
 
 
Adresgegevens
Leopoldslei 35
2930 Brasschaat
België

Tel: +32 (0)3.653.0158

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.