VPKB Kapel De Olijftak, Brasschaat
 
 
Wierook-1 Wierook-1

Ik wil best toegeven dat ik bezeten ben van alles wat met geur en smaak te maken heeft, maar dan wel met de kanttekening dat dat niets te maken heeft met de duivel. Ik ging er vanmorgen haast aan twijfelen tijdens de preek van Jan over de duivels, de duvels, de bezetenen, enz. Maar er is een lichtpuntje, althans voor mij, want bij mij heeft het te maken met het “willen bezitten van” en dat is dan een niet zo gekende en onderbelichte verklaring van de uitdrukking “bezeten zijn van”. Dit ter geruststelling van allen die ook iets willen bezitten!

Welnu, mijn bezetenheid heeft niets stoffelijks, maar eerder iets etherisch, immers geur en smaak hebben te maken met de zintuigen die iets waarnemen, een vluchtige herinnering aan een bekende of onbekende geur of een herkenning van een smaak, waarbij het water je wel eens uit de mond kan lopen. Dat gebeurt me nog al eens, omdat Johanna een geweldige kok is en mijn neus vaak te gast gaat als ze met een nieuwe creatieve creatie mijn zinnen wil strelen.

Niemand die het proces en de betekenis van geur en smaak zo goed en zuiver en met zo weinig woorden heeft beschreven als Bertus Aafjes in “De rechter onder de magnolia”, dat ik de lezer beslist niet wil onthouden. Het laatste gedeelte is een bewerking van Probus, waarvoor Bertus Aafjes zich zeker zou schamen, maar tja, ik kan het hem niet meer vragen. Daar komt het dan:

"In de Chinese stad Shanghai leefde een arme student. Hij woonde in een armzalig kamertje boven een goedkoop visrestaurant. De student kon drie keer per dag een kom rijst kopen, maar meer ook niet. Als hij zijn rijst opat, deed dat op de trap. Terwijl hij at, snoof hij de geur van gebakken vis op, waardoor het leek alsof hij rijst met vis at. Dat maakte de student echt gelukkig. De baas van het visrestaurant echter was een echte vrek. Hij was woedend dat de arme student zijn vislucht opsnoof zonder ervoor te betalen. De baas ging naar de rechtbank en klaagde de student aan wegens het stelen van de geur van zijn gebakken vis.

De rechtbank liet de student in hechtenis nemen en enkele dagen later kwam de zaak voor. Het nieuws over deze zaak was inmiddels als een lopend vuurtje door de stad gegaan en honderden belangstellenden hadden zich in de rechtzaal verzameld. Een beroemde, wijze en zeer geliefde rechter zat de zaak voor. Het honderdkoppige publiek was ervan overtuigd dat de student onschuldig bevonden zou worden en dat de gierige eigenaar van het visrestaurant het lid op de neus zou krijgen.

De rechter deed uitspraak en verklaarde, tot ontzetting van de aanwezigen, dat de student schuldig was bevonden aan het stelen van de geur van vis. De arme jongen moest van de rechter al zijn geld op tafel leggen. De student leegde zijn versleten beurs op de tafel voor de rechter. Er zaten zeven koperstukken in. De rechter pakte de koperstukken en verpakte ze in een zijden doek. Daarmee liep hij op de eigenaar van het visrestaurant toe, die met een begerige blik in zijn ogen stond te wachten.

De rechter schudde een paar keer met de zijden doek. Men hoorde het gerinkel van de koperstukken en tot ieders verbazing liep de rechter daarna weer terug naar de tafel, haalde de koperstukken uit de doek en gaf ze terug aan de student. Het was doodstil geworden in de rechtzaal. Toen sprak de wijze rechter, met een zweem van een glimlach op zijn gezicht, de volgende woorden: "Hierbij heeft de rechtbank bepaald dat de geur van vis kan worden betaald met de klank van geld".

Een pandemonium brak uit: "dit is rechtspraak van de eerste orde, Salomo waardig", zo waren de commentaren. Langzaam liep de rechtzaal leeg; de eigenaar van het visrestaurant en de wijze rechter bleven achter, de eerste verslagen, de tweede peinzend. En toen het weer stil geworden was, sprak de wijze rechter: "U bent er met dit oordeel van de rechtbank heel goed afgekomen, want persoonlijk vind ik dat de geur van vis (ik houd er namelijk niet van) minder waard is dan de klank van geld. Opdat ik u niet voor de rechtbank dage, nodig ik u thans uit, ter algehele kwijting, de inhoud van uw beurs aan mij te overhandigen.

Nu was de eigenaar van het visrestaurant, in tegenstelling tot de arme student, heel rijk en uit zijn beurs kwamen dan ook een heleboel geldstukken. De wijze rechter verpakte deze in een zijden doek en sprak, voor de tweede maal met een glimlach op zijn gezicht, de volgende woorden: "Hierbij heeft de rechter bepaald dat de inhoud van deze zijden doek gegeven zal worden aan arme studenten, die het meer nodig hebben dan u”.

Wat dit verhaal nu te maken heeft met de titel van dit stukje, zult u vragen. Eigenlijk niet veel; ik was van plan te schrijven over de geur die aan het verdwijnen is uit de (katholieke) kerk, maar dacht al schrijvende aan Bertus Aafjes, waarna ik besloot dat de schaars wordende wierook nog wel een maandje op zich kan laten wachten. De volgende keer ziet u dan de kop “Wierook–2” en leest u het verhaal over wat er in de katholieke kerk staat te gebeuren!

Probus

2 februari 2003

terug
 
 
 
 
Adresgegevens
Leopoldslei 35
2930 Brasschaat
België

Tel: +32 (0)3.653.0158

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.