VPKB Kapel De Olijftak, Brasschaat
 
 
Grenada Grenada

Deze keer een verhaal over Grenada, niet het Spaanse, maar het relatief kleine eiland in het Caribische gebied, dat we in november van het afgelopen jaar bezochten. Met niet meer dan 345 km2 (zoiets als Groot Rotterdam thans) is het vaak omschreven als het zuidelijk anker van de paradijselijke Grenadines. Columbus ontdekte dit eiland tijdens zijn derde ontdekkingsreis door dit gebied. Dat was in 1498, vijf jaar na Saba. Nauwelijks voor te stellen als je bedenkt dat je vandaag met een vliegtuig die afstand in minder dan drie uur aflegt! Maar ja, met die bootjes van toen kon je wel eens wekenlang ronddobberen, zonder ook maar een spaan op te schieten. Hoewel, het Caribische gebied is bekend om de veelal constante wind uit het Noord-Oosten, dus waarom Columbus er zo lang over gedaan heeft, zal wel eeuwig een raadsel blijven.

Op Saba woonden geen mensen, maar op Grenada trof Columbus oorspronkelijke bewoners aan, de Carib, die het eiland Camerhonge noemden. Hij noemde het eiland Conception , maar de Fransen gaven het weer later de huidige naam, Grenada. Columbus deed iets heel bijzonders toen hij weer verder trok: hij liet een monnik achter, ene Paolo Nariz, die als opdracht kreeg het inheemse volkje te bekeren tot het Christendom. Paolo, van Italiaans/ Spaanse afkomst, zoals dat toen vaak voorkwam, nam zijn taak heel serieus op: dag en nacht kweet de ijverige monnik zich van zijn taak. Achteraf gezien, kon hij trots zijn op de resultaten; de ene Carib na de andere sloot zich bij hem aan en bekeerde zich! Dat hij ook wel eens onorthodoxe methoden gebruikte, ach, wie daarvan wakker ligt is een kniesoor!

De zaken gingen zo goed, dat hij zich aan zijn echte hobby kon wijden, het telen van kruiden en specerijen. Hij was het die van Grenada het “Specerijen Eiland” maakte, een naam die het vandaag nog steeds draagt. Als je de vliegtuigtrap in St. George afdaalt, dan ruik je de bedwelmende geur van kaneel, muskaat en andere specerijen. Met je ogen dicht waan je je in een kruidenwinkel van jaren terug. Nee, bij de GB of bij Albert Heijn ruik je dat niet meer; daar is alles luchtdicht verpakt in kleine flesjes, waar geen enkel geurmolecuul uit ontsnappen kan! Jammer, eigenlijk. Zijn echte passie en ultieme doel was de heilige zalfolie uit Exodus 30 na te maken. Hij had er een aantal ingrediënten voor nodig, die nauwkeurig in de bijbel omschreven zijn: mirre, kaneel, kalmoes, kassie en olijfolie.

Het recept was door God zelf aan Mozes gegeven en dus kon daar niets fout mee zijn. Grenada was vruchtbaar en bijna alles wat je in de grond stopte, groeide wel; zo gaat dat in de tropen nu eenmaal. Zo was hij in staat kalmoes te kweken, een waterplant uit de familie van de aäronskelken, waarvan de wortelstok geneeskrachtige eigenschappen had.
Je kon er op kauwen, wat vele lezers zich uit hun jeugd nog wel herinneren, maar je kon ook de etherische olie winnen uit de wortel en daarom ging het. Er was genoeg olijfolie en kaneel was ook al geen probleem; de kaneel boom deed het er heel goed, evenals zijn ietwat minderwaardige zusje, de cassia boom. Uit de bast haalde men de kaneel en de cassia. Hij zag met welgevallen dat hij dichter en dichter bij de heilige zalfolie kwam, maar toch slaagde hij niet: wat hem niet lukte was de Commiphora te laten groeien, een boom, waarvan de bast door inkeping een gomachtige substantie vrijlaat, de mirre. Wij kennen dat als gomhars uit de pijnbomen van Les Landes en Portugal. Het is vloeibaar, zoals het in Exodus staat, maar aan de lucht blootgesteld wordt het vrij snel hard en harsachtig. Wat Paolo ook probeerde, het klimaat van Grenada gaf de Commiphora geen kans; het was er gewoon te warm! In het Midden-Oosten was het, zeker toen, milder en was mirre heel populair, vandaar het recept in Exodus!

Paolo Nariz deed intussen zijn achternaam eer aan; die vertaalt zich in “neus” en hij werd dan ook de eerste parfumeur van het eiland. De Franse directeur van het piepkleine parfum-fabriekje, dat we bezochten, kende Paolo natuurlijk wel, maar wist niets af van zijn pogingen om de heilige zalfolie te maken. Kon ik haar ook weer eens iets vertellen wat ze nog niet wist!

Ik vertelde Johanna uitvoerig wat ik alzo over Paolo te weten was gekomen. Toen ik aan het einde van mijn relaas was, wat ze overigens heel interessant vond, kwam ze zoals gewoonlijk met een opmerking. Bijbelvast als ze is, zei ze dat het eigenlijk een zegen was dat Paolo er niet in geslaagd was de heilige zalfolie na te maken. Want iets verder in Exodus 30 staat geschreven “dat de man die iets soortgelijks zal bereiden en iets daarvan op een onbevoegde laat komen, uit zijn volksgenoten zal worden uitgeroeid” In gedachten ging ik de geschiedenis van de heilige zalfolie eens na, hoe vaak het wel niet is nagemaakt en herinnerde me dat het nog in 1989 is bereid door een bedrijf in Barneveld. Dat was ter gelegenheid van het 40 jarig jubileum van de Nederlandse Vereniging van geur- en smaakstoffenfabrikanten.

Ik kon me niet herinneren dat er toen ongelukken zijn gesignaleerd; de maker van de olie leeft nog steeds en hij is ook niet geëmigreerd of ontslagen. Zo mijmerde ik verder over het weer eens reproduceren van deze wonderbaarlijke olie.

Johanna keek me eens aandachtig aan en zei: “Je zit net te broeden alsof je van plan bent het te gaan maken. Dat moet je toch maar uit je hoofd laten, want je weet niet wat er van komen kan”. Ik vond het eigenlijk enigszins gênant dat ze mijn gedachten kon lezen, zweeg en dacht, terwijl ik haar niet aankeek: “Tja, misschien heb je wel gelijk, maar mijn tijd komt wel”.

Probus

Maart 2000

terug
 
 
 
 
Adresgegevens
Leopoldslei 35
2930 Brasschaat
België

Tel: +32 (0)3.653.0158

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.