VPKB Kapel De Olijftak, Brasschaat
 
 
Saba Saba

Toen Columbus in 1493 dit eiland tegenkwam op zijn ontdekkingsreizen, was het niet meer dan een grote rots, die er een miljoen jaar of zo over had gedaan om uit de zee op te rijzen. Of hij het toen al een naam gegeven heeft, is niet bekend, maar latere bewoners, de Arawak Indianen die er van tijd tot tijd kwamen doopten het “Saba of “ rots”. Religieuze groepen refereerden aan de Queen of Sheba, de “onbedorven koningin” en de Fransen noemden het “Sabot” of “klomp”. De Spanjaarden zagen er niet veel in en hoewel Columbus gewoonte-getrouw de Spaanse vlag op de top van de rots plantte, wist hij dat ze daar niet vaak zouden terugkeren: er was geen water van enige betekenis, er groeide bijna niets, er waren geen bodemschatten en wat moest een groot land als Spanje nu met een eilandje van niet meer dan 13 km 2? Niets dus, maar om het zo maar aan een ander land te schenken, stond niet in hun woordenboek. Dus bleef het Spaans tot er in 1632 een groepje Engelse schipbreukelingen aanspoelde. Het is bekend dat zij het overleefden, dus moeten ze er toch iets van gemaakt hebben. Het regent er best wel eens, dus kan je het water opvangen, zoals men dat vandaag nog steeds doet. Ze plantten hun vlag op de top, maar omdat die altijd in nevelen gehuld is, zagen ze de Spaanse vlag pas toen ze boven aankwamen. En zo is het steeds geweest: als er weer een natie om onbegrijpelijke redenen het eilandje “veroverde”, moest men steeds de barre tocht naar de top maken om dan de vlag van een ander aan te treffen. Zo kwamen na de Engelsen, de Fransen, de Nederlanders, weer de Fransen en weer de Spanjaarden. Voor de bezetting door de Nederlanders is er een heel plausibele verklaring: in de 17de eeuw had de West Indische Compagnie wel een heleboel bereikt, maar een berg hadden ze niet. Het stak de WIC dat haar zuster, de OIC, zoveel hoge bergen had op Java en in Nederland of wat er toen voor door ging was ook niet meer dan een Grebbeberg; de Vaalser berg zou pas veel later komen. Men was dus bijzonder gebrand op het bezit van een heuse berg, en Saba met ruim 1000 meter voldeed aan de eisen. Het zou er voor zorgen dat het aanzien van de WIC aanzienlijk zou stijgen, want zonder een berg bleef men nergens. Het heeft dan wel tot 1816 geduurd voordat Saba deel ging uitmaken van de Nederlandse Antillen, maar dat het gebeurde was te danken aan de taaie volharding van de Nederlanders uit die tijd!

We moeten de Engelse kolonisten bedanken dat de berg van Saba “Mount Scenery” is genoemd. Je moet er niet aan denken dat de Nederlanders er een naam aan gegeven zouden hebben, zoals “Berg Schoonzicht” of “Mooi Uitzicht”, om maar te zwijgen van het “Belvedere”als de Fransen hun zin hadden gekregen. Nee, gelukkig is het Mount Scenery gebleven, want die naam past bij het eiland en de berg. Beklim je de berg, dan zijn daarvoor 1064 treden uit de rots gehakt; de ene trede iets makkelijker te nemen dan de andere, maar het resultaat is de moeite waard. Op zondagmorgen begon ik met het beklimmen, in mijn eentje, want Johanna had ervoor gekozen de dienst in het Anglicaanse kerkje bij te wonen. Zij bracht mij, zoals het een toegewijd echtgenote betaamt, naar de plaats waarvandaan ik de berg ging bedwingen. We liepen over de hellende straatjes van Windwardside, langs de schilderachtige peperkoekhuisjes met graven van voorouders in de tuinen er om heen, (men houdt de doden echt dicht bij zich!), langs het kerkje tot aan het begin van de “trap”.

Hoe hoger je komt, hoe wondelijker de wereld er uit gaat zien. Het zicht verdwijnt, de vochtigheid stijgt en spoedig loop je niet op, maar in de wolken, het reinste tropische regenwoud, van beperkte omvang, dat wel. Haast onwerkelijk mysterieus, maar heel mooi. Het is er doodstil als je het gekwetter van de vogels niet meetelt. De moeite van het beklimmen meer dan waard!

Toen ik drie uur later weer beneden kwam, vertelde Johanna me dat men in de kerk gebeden had voor mijn veilige afdaling, want het is er nogal glibberig, zoals ik aan den lijve ondervonden had. Maar ik was er weer, in een stuk! Ik bedacht me toen dat ik het eigenlijk veel beter had dan bijvoorbeeld Mozes: die waren de Israëlieten al bijna vergeten voordat hij nog maar halverwege was naar de top van de Horeb!

Probus
  
Februari 2000
 

terug
 
 
 
 
Adresgegevens
Leopoldslei 35
2930 Brasschaat
België

Tel: +32 (0)3.653.0158

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.