VPKB Kapel De Olijftak, Brasschaat
 
 
Palmpasen, zondag 28 maart 1999 Palmpasen, zondag 28 maart 1999

Dit was niet zo maar een willekeurige zondag, want midden in de nacht, of meer precies om 3 uur s' nachts is de klok een uur verzet. Niet zo bijzonder dat daarbij nu speciaal moet worden stilgestaan, het is immers een jaarlijks weerkerend fenomeen. Maar wat de dag speciaal maakte is het feit dat met deze zondag de paasweek werd ingezet. Het was immers Palm Pasen. En wat het nu helemaal zo bijzonder maakte was de geplande doop van Johanna Gijsbertina Willemina  Koppejan in een klein dorpje ergens in Nederland. Waar dat dorpje precies lag, blijft een mysterie, het moet zelfs een mysterie blijven zoals uit het volgende duidelijk zal worden. Immers, de reputatie van bepaalde mensen staat op het spel; daarom is ook de naam van het wichtje gefingeerd.

De ouders van Johanna Gijsbertina Willemina Koppejan waren diep gelovige jonge mensen, die de doop van hun eerste kind heel serieus namen en die vanzelfsprekend alle voorbereidingen devoot en intens hadden doorleefd. Het is nu eenmaal niet iets wat je zo maar doet: jouw belofte of gelofte een kind op te voeden in de vreze des Heren, want dat geloofden ze, weegt zwaar. Daar komt nog bij dat op dit dorpje zoveel mensen meekijken wat je ervan terechtbrengt. Tja, als je al op een dorp woont, moet je meer dan waar ook rekening houden met je medemens en met hun mening of misschien hun nieuwsgierigheid en betweterigheid.

Ze waren vroeg naar bed gegaan, ze zouden vroeg opstaan om ruimschoots op tijd in de kerk aanwezig te zijn. Ze moesten dan wel een hele tijd in de consistorie wachten om op een seintje van de koster met Gijsje de kerk binnen te schrijden, maar beter te vroeg dan te laat. In dit dorp was het de gewoonte dat de ouders niet in de kerk waren bij de inleidende preek, maar pas binnen kwamen als ze geroepen werden, want dan zou de echte preek pas beginnen.

De volgende morgen begon het kerkvolk, zeker 15 minuten voordat de dienst van 10 uur zou aanvangen, de kerk te vullen en precies om 10 uur kwam de betrekkelijk jonge, maar toch enigszins stoffige predikant, de kerk binnen achter alle kerkelijke dienaren. Hij heette alle gelovigen van harte welkom op die prachtige zonnige lentedag en sprak met iets van vertedering over de voorziene doop van het kleine wichtje Koppejan. Vanzelfsprekend  noemde hij haar bij de volle naam, dus Johanna Gijsbertina Willemina, maar ik zal dat verder achterwege laten en haar dus Gijsje noemen, behalve natuurlijk wanneer ik de predikant sprekender wijs aanhaal.

De dienst begon met het zingen van een psalm en zoals dat op kleine dorpjes bij zwaar op de hand levende gelovigen vaak het geval is, zeer gedragen, dat wil zeggen dat van elke een kwartsmaat een halve gemaakt werd. Het orgel dreunde boven alles uit en hield het tempo dan ook strak, dus gedragen in de hand.

De dienst begon met een aantal aardse mededelingen, die niets te maken hadden met het op handen zijnde sacrament van de heilige doop voor Gijsje en toen begon het pas echt. Iedereen schurkte een beetje in de harde houten banken en zette zich schrap om de voorbereidende preek van de dominee al dan niet tot zich te laten doordringen. Maar vandaag was het toch een andere dag, want de dominee die ik hier natuurlijk ook niet bij name wil noemen, concentreerde zich helemaal op de doop van Gijsje. Halverwege onderbrak hij zijn relaas en nodigde Wilma Koppejan, een nichtje van de dopelinge, uit naar voren te komen om een doopgedicht voor te dragen. Toen er geen beweging in de kerk viel waar te nemen, riep hij nog eens en nu met zijn mond vlak bij de microfoon: "wil het meisje Wilma Koppejan naar voren komen" en toen er nog steeds niets gebeurde nog eens: "Wilma Koppejan, waar ben je?" Geen antwoord.

Toen schoot hem ineens iets te binnen, een excuus vindend voor Wilma Koppejan, om niet in de kerk aanwezig te zijn op zo'n belangrijke dag. Hij zei: "Ze is zeker vergeten de klok te verzetten". Zeer tevreden met deze spitsvondige uitleg, beklom hij weer de kansel en zette zijn preek voort, daarbij herinnerend dat zo meteen de ouders van, jawel, Johanna Gijsbertina Willemina Koppejan, uitgenodigd zouden worden met de baby de kerk te betreden. Hij was een klein beetje van zijn stuk gebracht door de afwezigheid van Wilma Koppejan, want zoiets paste eigenlijk niet. Hij sprak niet meer zo overtuigend, iets wat het kerkvolk niet ontging, dus iedereen ging eens goed rechtop zitten om te zien wat er verder zou gebeuren.

Toen ging de deur achter in de kerk piepend open en de 10 jarige Wilma Koppejan kwam met een rood hoofd binnen, verward waarom de kerk al vol was, terwijl ze zeker 10 minuten te vroeg was. Iemand fluisterde haar toe maar gauw te gaan zitten en dat de klok een uur was verzet. De dominee merkte Wilma op, wuifde even naar haar en zei dat nu het grote moment was aangebroken om de dopeling met haar ouders uit de consistorie te gaan halen.

Al heel vroeg op deze gedenkwaardige Palmzondag was het echtpaar Koppejan opgestaan. Gijsje zag er aandoenlijk uit in haar doopjurk van oma zaliger en haar ouders waren op hun paasbest. Regelmatig keek de vader op zijn horloge en gaf om precies 9:40 het sein naar de kerk te gaan. De auto werd geladen en daar tufte het stel naar de kerk. Daar aangekomen, verwonderden zij zich dat de deur van de kerk nog dicht was, maar ook dat er al zoveel auto's stonden. Toen keek hij naar het uurwerk in de klokketoren en kreeg haast een beroerte van schrik: het was 10:45 in plaats van 9:45. Zij haastten zich naar de consistorie, waar het akelig stil was. Logisch, want de koster had 5 minuten eerder al opgemerkt dat de familie Koppejan er niet was. Hij was naar het preekgestoelte gelopen, had de dominee de jobstijding in het oor gefluisterd en was weer gaan zitten. De predikant was nu duidelijk aangeslagen, vertelde de gemeente dat de familie Koppejan er niet was en wilde toen de dienst maar beëindigen.

Op dat moment ging de deur van de consistorie open en verscheen het ook al rode hoofd van vader Koppejan, gevolgd door moeder met Gijsje. Een lichtstraal door een van de prachtige glas- en lood ramen scheen naar binnen en verlichtte het drietal. De predikant kwam van de kansel met uitgestrekte hand, hoorde het stamelende excuus van de vader aan en zei toen: "Ik ben blij alsnog Johanna Gijsbertina Willemina te mogen dopen en het is helemaal niet erg dat u zich verslapen hebt hoor, want sliep Jezus zelf ook niet toen het vissersbootje met hem en zijn discipelen op het meer van Gallilea in een storm dreigde te vergaan?"


Probus

maart 1999

terug
 
 
 
 
Adresgegevens
Leopoldslei 35
2930 Brasschaat
België

Tel: +32 (0)3.653.0158

 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.